Ontworming

Parasieten kunnen tot gezondheidsklachten leiden bij het paard.
Symptomen als
diarree
∑ vermageren
∑ dorre vacht / lange haren
∑ hoesten
∑ slechte eetlust
kunnen duiden op een worminfectie.

Per 1 juli 2008 zijn ontwormingsmiddelen alleen nog maar verkrijgbaar via de dierenarts. Een belangrijke reden hiervoor is het voorkomen van het ontwikkelen van resistentie door overmatig en onnodig gebruik van wormenkuren. Hierdoor kan een paard wat vaak ontwormd wordt toch een wormbesmetting hebben.

Er zijn een groot aantal parasieten waar het paard mee besmet kan raken en ze zijn niet allemaal met dezelfde wormenkuur te bestrijden. Aan de hand van mestonderzoek en gegevens over uw paard en zijn omgeving kan de dierenarts u het beste adviseren welke kuur wanneer nodig is.

U kunt bij ons terecht voor mestonderzoek en wormenkuren.


In het volgende stuk zullen we de meest voorkomende maag- en darmparasieten bespreken.

∑ Kleine bloedworm (Cyathostominae)
∑ Grote bloedworm (Strongylus vulgaris)
∑ Spoelworm (Parascaris Equorum)
∑ Lintworm (Anoplocephala perfoliata)
∑ Veulenworm (Strongyloides westeri)
∑ Aarsmade (Oxyuris)
∑ Paardenhorzel (Gastrophilus intestinalis)


redworm

Kleine bloedworm


Cyclus
De eitjes die met de mest naar buiten komen ontwikkelen zich binnen enkele dagen tot larven. Deze larven houden bij voorkeur van warm, vochtig zomerweer. Ze kruipen naar de puntjes van een grashalm en worden zo weer opgegeten door het paard.
In het paard penetreren ze de wand van de dikke darm en ontwikkelen zich daar in minimaal 6 weken tot volwassen worm die weer eieren produceert. Een bijzondere eigenschap van deze larve is dat ze zich ook in kunnen kapselen voor een onbepaalde tijd. Vaak zien we dat ze dan massaal uitkomen in de winter.

Schade
Het afweersysteem van het paard probeert de invasie van de dikke darmwand te bestrijden wat leidt tot een ontstoken darm. Omdat de larve blijft kruipen raken grote delen ontstoken.
Wanneer de ingekapselde larve weer uit de darmwand treedt maakt hij schade. Als dit om grote aantallen gaat kan de darm zo ernstig beschadigen dat deze niet meer kan herstellen. Het paard krijgt bloederige diarree en kan hieraan overlijden.
Het afweersysteem ontwikkelt zich hiertegen in verloop van tijd. Je ziet deze besmetting dan ook voornamelijk bij paarden jonger dan 5 jaar.


Grote bloedworm

Cyclus
De eitjes die met de mest naar buiten komen ontwikkelen zich binnen enkele dagen tot larven. Deze larven houden bij voorkeur van warm, vochtig zomerweer. Ze kruipen naar de puntjes van een grashalm en worden zo weer opgegeten door het paard.
In het paard kruipen ze door de darmwand en langs de darmslagaders naar de aorta. Bij de Aorta vervellen ze en kruipen via de bloedbaan weer terug naar de darm.
In de darm ontwikkelen ze zich tot worm.

Schade
De Larven kruipen vanuit de vieze darm door het lichaam wat ontsteking geeft. Ze hopen dan allemaal op dezelfde plek op bij de aorta wat een verwijding (wormaneurysma) geeft van het bloedvat. Deze kan soms scheuren. De ontstekingen langs de bloedbaan kunnen los laten en deze propjes zorgen voor infarcten van de darmwand. Dit uit zich in koliekverschijnselen.
Het afweersysteem ontwikkelt zich hiertegen in verloop van tijd. Je ziet deze besmetting dan ook voornamelijk bij paarden jonger dan 5 jaar.

ascarids

Spoelworm

Cyclus
De eitjes van de spoelworm zijn zeer sterk en kunnen tot 10 jaar op het land of in de stal overleven.
In het paard kruipen ze via de darmwand naar de lever. Na passage door de lever gaan ze via de bloedbaan naar de longen. Vanuit de longen laten ze zich ophoesten waardoor het paard ze weer doorslikt. Opnieuw in de darm aangekomen ontwikkelen ze zich tot volwassen worm.
Het afweersysteem ontwikkelt zich snel tegen deze worm. Je ziet deze besmetting voornamelijk bij paarden vanaf 4 maanden tot 2 jaar

Schade
Door de migratie route naar de longen kunnen de paarden longontsteking krijgen. Op dat moment zijn er dus nog geen wormeieren in de mest te vinden want er is nog geen volwassen worm in de darm.
Bij een grote besmetting met volwassen wormen in de darm kan het toedienen van een ontwormingsmiddel ook schadelijk zijn. De spoelworm is vrij groot en wanneer deze sterft word deze stijf en vormen samen een kluwen in de darm die ernstige verstoppingskoliek geeft in een veulen.

horse%20tapeworms

Lintworm

Cyclus
De lintworm heeft een tussengastheer nodig voor zijn indirecte cyclus. De eitjes worden door grasmijten opgegeten. Grasmijten houden van oude vervilte weides. De grasmijt wordt weer opgegeten door een paard met grazen. In de darm ontwikkeld de larve zich tot volwassen worm die zich vastbijt in de overgang van dunne darm naar blinde darm.
Lintwormen scheiden geen losse eitjes uit maar laten pakketjes los gevuld met eitjes.
Doordat er weinig contact is met het lichaam kan er geen afweer ontwikkeld worden. Deze worm kan voorkomen bij paarden van alle leeftijden.

Schade
De lintworm lijkt vrij onschadelijk maar een grote besmetting wordt gezien bij koliekoperaties waar de verstopping bij de overgang van de dunne darm naar blinde darm zit.


Veulenworm

Cyclus
Net na de geboorte van een veulen wordt een sluimerende infectie bij de moeder geactiveerd. Het veulen wordt zo besmet via de moedermelk en scheidt zelf na 10 dagen al eitjes uit.
De nieuwe larve kunnen zelfs via de huid van het veulen naar binnen kruipen. Een goede stalhygiŽne/uitmesten is erg belangrijk. Allen veulens jonger dan 6 weken worden ziek.

Schade
De infectie kan symptomen geven van diarree, sufheid en niet willen drinken. Wanneer men deze klachten bij een jong dier ziet dient men zo snel mogelijk een dierenarts te raadplegen.


Aarsmade

Cyclus
Eitjes worden opgenomen met het gras. De aarsmade heeft geen trekroute en ontwikkeld zich in enkele maanden van larve tot volwassenworm in de darm. De aarsmade verblijft in de endeldarm en kruipt via de anus naar buiten om daar zijn eitjes neer te leggen op de huid en kruipt vervolgens weer naar binnen.

Schade
Onschadelijke worm die jeuk klachten aan staart en anus geeft.


Paardenhorzel

Cyclus
Horzels leggen eitjes op de voorbenen van het paard. Deze zijn met het blote oog zichtbaar. Het paard likt deze op. De larve trekken in het mondslijmvlies en verplaatsen zich langzaam naar de maag waar ze overwinteren. In het voorjaar laten ze los en worden via de mest uitgescheiden. In de grond ontwikkelen ze zich tot horzelvlieg.

Schade
Schade aan mondslijmvlies en bij grote aantallen in de maag ook verstopping.



Preventie

niet teveel paarden tegelijk weiden
de weiden regelmatig maaien
in de zomer elke drie weken verweiden of omweiden met andere diersoorten
de mest twee keer per week uit de wei halen
boxen van de paarden regelmatig reinigen
bij een merrie met pasgeboren veulen de box dagelijks reinigen en indien mogelijk dagelijks in de weide zetten
ontwormen van nieuwe paarden

Mestonderzoek

Waarom
Met een mestonderzoek wordt het aantal eieren wat in de mest zit bekeken. Wanneer er geen of weinig eitjes in de mest zitten hoeft een paard niet ontwormd te worden. Zo dringen we het onnodig gebruik van kuren terug en daarmee de kans op resistentie vorming. Ook in de toekomst willen we ons paard effectief kunnen blijven ontwormen.
Door regelmatig mestonderzoek te doen krijgen we inzicht in de besmettingsgraad van een bedrijf en kunnen we dragers/uitscheiders identificeren

Wanneer
Voor volwassen dieren kan men 3 a 4 x per jaar in het eerste jaar de mest laten onderzoeken dit geeft een richtlijn voor de daarop volgende jaren. Bij een lage infectie en geen nieuwe paarden of jonge dieren kan men af met 1 a 2 mestonderzoeken per jaar.
Voor jonge paarden tot 3 jaar zal de mest elke 2 maanden onderzocht moeten worden.

Valkuilen
Niet alle parasieten zijn met mestonderzoek aan te tonen. bv. aarsmaden, horzellarven.
Lintworm eieren zijn wel te zien in het onderzoek maar geeft geen indicatie van de hoeveelheid wormen omdat de eieren in pakketjes uitgescheiden worden. Geen eieren in de mest betekend niet dat er geen wormen zijn.
Er is geen onderscheidt te maken tussen grote en kleine bloedwormen.
De ingekapselde stadia scheiden geen eitjes uit en worden dus niet gevonden in het mestonderzoek terwijl het paard zwaar besmet kan zijn.